Pijn. Verdriet. Vooral de eenzaamheid herinner ik mij van de schooljaren atheneum 2 en 3 op het St. Janslyceum in ‘s-Hertogenbosch. Ik, zoon van een trotse bouwvakker, in een klas vol kinderen die zich meer voelde. Beter ook. Meer kansen. En dat werd mij ingepeperd. Vernederd. Ik ging mij afzetten. De strijd aan. Spijkerbroek en leren jas versus collegesjaals en schoenen met flosjes. Rijtjeswoning in Den Bosch versus grote villa’s in Vught. Arbeiderszoon versus kinderen van (excusez le mot) notabelen.

Mijn klasgenoten ‘waren van de VVD’. Eentje heeft het zelfs tot burgermeester voor die partij geschopt. Dus ik niet. Ik liep -en daar schaam ik mij voor- met een jute schooltas met daarop gekalkt ‘Centrumpartij’. Een partij die helemaal niet zo ‘centrum’ was.

Een strijd die schier onmogelijk voelde. Een strijd die mij sloopte en ik niet lang volhield. Met de belofte dat ik zelf besloot van school te gaan, mocht ik het schooljaar afmaken. Na de derde klas, ging ik naar een detailhandelsopleiding. Heerlijk. Gewaardeerd worden om wie je bent, wat je doet. Mooie jaren. Opeens was ik een voorbeeldleerling. Zo kan het ook.

Die periode heeft mij gevormd. Strijd heeft plaats gemaakt voor drijfveren. Met alles wat ik in mij heb wil ik gelijkheid bevorderen. Voor alles en iedereen. Dat drijft mij ten diepste.

Waarom vertel ik je dit? Heb het nooit eerder verteld. Omdat die door mij zo geliefde gelijkheid geweld wordt aangedaan. Alles waar ik voor sta zakt onder mijn voeten weg. De wereld verandert. Mijn wereld verandert. En ‘we’  vinden het kennelijk wel goed. De eenzaamheid, de woede, de pijn van toen is weer terug.

Ik wil niet in een land wonen waar ongelijkheid geïnstitutionaliseerd wordt. Ik wil geen samenleving met verschillende rechten voor gelijke mensen. Ik ga niet bewijzen dat ik gelijk ben aan mensen die wel een prikje hebben genomen. Ik ben gezond. Het bewijs is mijn gezonde lichaam én het niet hebben van klachten. Ik ga geen coronapaspoort gebruiken om te bewijzen dat ik gezond ben. Ik vertik het. Ik voel de drive weer tot een strijd worden. Ik voel de energie de verkeerde kant op stromen.

Ik voel mij gedwongen opnieuw een keus te maken die niet de mijne is. Om tegen het ongelijkheid bevorderende coronapaspoort te stemmen, moet ik mijn stem geven aan een partij die in alle andere standpunten gelijkheid en diversiteit tegenwerkt. Opnieuw die pijn van toen. Veertig jaar geleden, als puber, ben ik weggelopen voor de realiteit. Dat kan vandaag niet meer. Alle partijen, behalve de partijen die voor ongelijkheid staan, hebben gestemd voor een coronapaspoort; voor ongelijkheid.

Volgende week ga ik met mijn vriendin en dochter een weekeindje met een camper weg. Nu het nog kan. Mijn dochter, nu atheneum 3 net als ik destijds, is mijn spiegel; houdt mij bij de les. Papa mag niet voor ongelijkheid stemmen! Dat wil ik ook niet schat. Ik moet. Iemand moet de coronagekte tegenhouden.

Hoe ontsnap aan dit gekkenhuis? Hoe? Wie staat er op voor gelijkheid?